Natuurkunde

www.kennislink.nl
www.natuurkunde.nl
www.sci.kun.nl/exo (voor exo)
www.tue.nl/profielwinkel


Instructies voor een natuurkundeverslag (onderbouw)

Het verslag is als volgt ingedeeld:

  1. Naam, klas, datum.
  2. Een titel (zet het woordje "titel" er niet bij)
  3. Een inleiding: daarin beschrijf je een situatie, een verschijnsel of een apparaat, waarvoor jouw proefje van belang is. Eventueel kun je daar een foto van bijplakken.
  4. Doel: hierin omschrijf je de onderzoeksvra(a)g(en) van de proef.
  5. Benodigdheden: geef een opsomming van de gebruikte (practicum)materialen.
  6. Opstelling: een korte beschrijving van de opstelling, een tekening of foto van de opstelling.
  7. De meetmethode: daarin beschrijf je hoe je hebt gemeten. Ook geef je aan hoe je ervoor zorgt dat je eerlijk vergelijkt bij je metingen.
  8. De meetresultaten en verwerking: bij een serie metingen in de vorm van een tabel en een diagram, met alle berekeningen.
  9. De conclusie(s): hierin geef je een antwoord op de onderzoeksvraag of -vragen.
  10. Eventueel kun je ook nog iets zeggen over de onnauwkeurigheid in je meetresultaten, en waardoor die wordt veroorzaakt.

Let op: de onderstreepte titels moeten letterlijk in je verslag staan.


Instructie voor een natuurkundeverslag (bovenbouw)

Als je een natuurkundig verslag schrijft, moet je er altijd rekening mee houden wat het natuurkundig niveau van de lezer is. Dit niveau bepaalt hoe duidelijk je allerlei zaken moet uitleggen. Bij het verslag  van het onderzoek moet je ervan uitgaan dat het te begrijpen moet zijn door een leerling uit jouw klas, die de natuurkunde voldoende beheerst.
Leg alles dus heel duidelijk uit. Zet overal het "hoe en waarom" bij, zodat een lezer niet met vraagtekens blijft zitten.

INDELING VAN HET VERSLAG:

(de onderstreepte "titels" moet ik letterlijk in het verslag kunnen vinden) 

Onderdeel 1: TITEL

Als eerste regel van het verslag verschijnt de titel. De titel is zo kort mogelijk en zegt iets over de inhoud van het verslag. Het beste kun je de naam van het onderwerp als titel nemen. Daaronder jullie namen en de datum waarop je het verslag afgerond hebt.

Onderdeel 2: DOEL VAN DE PROEF

Dus de onderzoeksvragen

Onderdeel 3: INLEIDING

Geef een korte toelichting op je onderzoeksvragen.
Beschrijf ook enkele toepassingen, die je om je heen vindt, waarbij het onderzoek dat je uitvoert van toepassing is.
Beschrijf dit zakelijk, en kort! Een verslag is géén opstel.

Onderdeel 4: BESCHRIJVING VAN DE PROEF

Ten eerste geef je een beschrijving van de gebruikte meetinstrumenten  zodat iemand anders die de proef zou willen herhalen, de gebruikte materialen terug kan vinden.
Nu komt de beschrijving van de proef. Daarin vertel je wat je gedaan hebt en waarom je dat gedaan hebt. Meestal moet daar een tekening bij van de opstelling. Daarin moeten de onderdelen te zien zijn die in de beschrijving worden genoemd. Die omschrijving moet zo kort en duidelijk mogelijk zijn.

Onderdeel 5: MEETRESULTATEN OF WAARNEMINGEN

Nu komen de meetresultaten. Hierbij is het van belang dat ze op overzichtelijke wijze worden geordend. Daarbij kun je meestal het beste gebruik maken van tabellen. Zijn er meer tabellen dan worden deze van een naam voorzien, zodat je er in je verslag naar kunt verwijzen. (bv. tabel 1)
In de kop van de tabel staan de grootheden en de gebruikte eenheden.
Het gaat hier dus om de grootheden die in onderdeel 3 als te meten grootheden zijn genoemd.

Onderdeel 6: VERWERKING VAN DE MEETRESULTATEN.

Als alle metingen zijn genoteerd komen de berekeningen en/of worden de meetresultaten omgezet in een diagram. Onder het diagram komt de naam en als je dat nodig vindt een korte toelichting. Maak liever geen diagram met de computer: bijna alle computerprogramma's die diagrammen kunnen tekenen, doen dit niet op de in de natuurkunde juiste manier.
Geef duidelijk aan hoe de berekeningen zijn uitgevoerd.
Vermeld ook iets hoe het zit met de betrouwbaarheid van de proef.

Onderdeel 7: CONCLUSIES.

Dit is een korte samenvatting van wat het resultaat is van het practicum. Dat zijn dus de onderzoeksvragen met de door jou gevonden antwoorden. Geef niet aan hoe je aan de antwoorden komt, want dit moet namelijk in het vorige onderdeel staan.
Let op dat alles wat bij conclusies staat, uit je proef moet volgen.

Onderdeel 8: DISCUSSIE.

    • In hoeverre zijn de resultaten betrouwbaar?
    • Ingaan op de meetonnauwkeurigheid
    • Eventueel suggesties voor vervolgonderzoek.

ALGEMENE OPMERKINGEN.

Tot slot nog iets over de verzorging van het verslag: een verslag schrijf je voor anderen. Het is daarom belangrijk dat je verslag netjes verzorgd is. Netheid telt mee in de beoordeling.

Het verslag wordt gemaakt op wit papier A4 formaat met lijntjes of ruitjes als het geschreven is, en blanco als het geprint of getypt is.
Deze blaadjes mag men maar aan één zijde beschrijven of typen.
Gebruik een brede kantlijn zodat er aantekeningen in kunnen worden gezet bij het corrigeren.

Als het verslag uit meerdere blaadjes bestaat dan worden deze aan elkaar geniet of vastgezet. Nummer ook elke pagina.
Rechtsboven elke pagina komen de namen van diegenen die voor het verslag hebben samengewerkt. Dit voor het geval dat het nietje loslaat.
Bij het nakijken worden alle verslagen naast elkaar gelegd. Blijkt er een kopie van een ander verslag bij te zitten, dan vervalt zowel de kopie als het origineel, en beiden krijgen dan een extra practicumproef.


Dendron College Horst
Gymnasium/Atheneum/HAVO/VMBO
Secties: ANW, BI, NA en SK

Veiligheidsregels in het practicumlokaal

1. Ga nooit zonder toestemming het lokaal binnen. Toestemming krijg je van je docent, TOA (= technisch onderwijsassistent) of toezichthouder.
Het kabinet is zonder speciale toestemming verboden terrein.

2. Zorg ervoor dat de tafels en looppaden vrij zijn van tassen en jassen.
Tassen moeten onder de tafels worden geschoven. In de scheikundelokalen staan hiervoor speciale tassenrekken.

3. Bij practica is het dragen van een veiligheidsbril verplicht indien de docent, TOA of toezichthouder dit aangeeft. Het dragen van petten en sjaals is tijdens practicum niet toegestaan. Bij gebruik van branders lange haren opbinden.

4. Eten, drinken en snoepen is niet toegestaan.

5. Ga er vanuit dat materialen en chemicaliën gevaarlijk zijn en wees altijd voorzichtig. Werk daarom netjes en voorkom morsen van chemicaliën op boeken, kleding, tassen en tafels. Was altijd je handen na het practicum.

6. Voer geen proeven uit zonder toestemming van docent of TOA. Je hebt geen of te weinig ervaring met het desbetreffende vak, waardoor je de gevolgen niet kunt overzien.

7. Neem nooit iets mee uit het practicumlokaal of kabinet zonder toestemming.

8. Zorg ervoor dat je weet waar je de nooduitgang(en), veiligheidsmiddelen (brillen, blusmiddelen, (oog)douche, branddeken e.d.) en de noodschakelaar kunt vinden. Oneigenlijk gebruik ervan is verboden.

9. Ruim alles netjes op en laat de practicumtafel en zuiltjes schoon achter. Werk mee aan een schoon milieu dus:
• papier in de blauwe papierbak;
• glas in de daarvoor bestemde afvalbak;
• chemicaliënresten, volg hiervoor de richtlijnen voor chemisch afval.

10. Lekkages, verstoppingen, kortsluitingen, breuk en gevaarlijke situaties (ongevallen en bijna-ongevallen) direct melden bij de docent of TOA.

Ken de veiligheidsregels en pas ze altijd toe.


De instructies voor onderbouw,bovenbouw en veiligheidsregels zijn als pdf-bestand te downloaden.


 Foto's proefopstelling slingerproef.

foto foto 2 

Foto's proefopstelling lensproef.