Schooljaarplan 2010-2011
Missie en profiel
Het Dendron College is een school met trotse medewerkers en - doorgaans - tevreden leerlingen en ouders. Er heerst een vriendelijk klimaat. Medewerkers voelen zich gekend, leerlingen voelen zich veilig. Er is openheid en vertrouwen tussen medewerkers onderling en in de relatie tussen volwassenen en kinderen. Ouders waarderen de school vooral vanwege de sfeer van geborgenheid en veiligheid.
Er is veel aandacht voor resultaten (“effectief onderwijs”), maar ook voor sociale ontwikkeling en waardeontwikkeling (“affectief onderwijs”). De school is in materieel opzicht in goeden doen. Het niveau van voorzieningen voor het onderwijs is hoog. De sterkst belemmerende factoren zijn de grenzen aan de bouwkundige voorzieningen (het gebouw is vol) en de moeilijkheid om bevoegd en bekwaam personeel te vinden voor openstaande vacatures. De komende jaren wordt de school in omvang kleiner. Het zal, volgens de prognoses, een geleidelijke en bescheiden afname in aantal leerlingen zijn. Omdat de gevolgen ervan gemakkelijk kunnen worden opgevangen wordt gesproken van een “milde krimp”.
Het Dendron College wil, zoals in de missie is verwoord, een “persoonlijke school” zijn. Voorwaar een stevige pretentie voor een organisatie waarin dagelijks meer dan tweeduizend leerlingen en ongeveer tweehonderd medewerkers met elkaar verkeren! Toch is het dit aspect - de persoonlijke school - waar de leiding op wil worden afgerekend.
Het Dendron College wil een school zijn die in het opzicht van verandering “voorzichtig” wil zijn. De school is met betrekking tot dit aspect door de Inspectie vaker gekwalificeerd als: behoudend. Maar met dat etiket voelt de school zich tekort gedaan. Immers op tal van terreinen zijn grote veranderingen doorgevoerd en is vooruitstrevend ingespeeld op de leerbehoeften van leerlingen. Er is bijvoorbeeld een zeer kleinschalige setting georganiseerd rondom de leerlingen met leerwegondersteuning (kernteams); binnen de afdelingen van beroepsgerichte vakken is een werkplekkenstructuur en een vergaande integratie tussen theorie en praktijk tot stand gekomen; de elektronische leeromgeving wordt breed toegepast; beroepscompetenties zijn onderdeel van het onderwijs in de theoretische leerweg enzovoorts. Elke nieuwe onderwijskundige setting is het resultaat van zorgvuldige en geleidelijke ontwikkeling, waarbij innerlijke overtuiging en steun van docenten de sterkste drijfveer is. En natuurlijk is het feit dat het goed gaat met de school soms ook wel een remmende factor bij de uitvoering van de ambitie om te willen blijven leren en bewegen (missie). Aan de andere kant is er veel erkenning binnen de school van het goede van het klassikale onderwijs, vooral binnen HAVO en VWO; het onderwijsleergesprek; de verhalende leraar. De school is wars van oppervlakkige “innovaties” die de kern van de zaak niet raken: er is geen onderwijs als er geen authentieke relatie is tussen docent en leerling. Zo bezien kan men de school behoudend noemen. En met bovenstaande nuanceringen is de school trots op dat predicaat.
Strategie
De school wil in al haar activiteiten gericht zijn op goed onderwijs. Er is binnen de school een gemeenschappelijke mening over wat wordt verstaan onder goed onderwijs. Onze inspanningen richten zich in de eerste plaats en vooral op de zorg voor de jonge mensen die door hun ouders aan ons zijn toevertrouwd. Daarbij gaat het om onze rol om hen te brengen naar diplomering en volwassenheid; en dat heeft alles te maken met effectief onderwijs (passend onderwijs) en een sociale context waarin zij zich geborgen voelen, mogen leren van hun fouten en gestimuleerd worden het beste uit zichzelf te halen. Op basis van dit thema richt kwaliteitszorg zich op formeel rendement (verticale verantwoording), op tevredenheid van de klant (ouders en leerlingen) en op waardering van de maatschappelijke omgeving (horizontale verantwoording). Goed onderwijs wordt gerealiseerd door medewerkers die voldoen aan hoge kwaliteitseisen. De school ambieert hierin een lerende organisatie te zijn. Goede docenten zijn vrouwen en mannen die over voldoende vakkennis beschikken om bij de leerlingen belangstelling te wekken voor hun vak en om hen te boeien met de leerdoelen die zij stellen. Daarnaast beschikken goede docenten over voldoende gereedschap om een goede werksfeer te scheppen, structuur te bieden en adequaat feedback te geven. En zij zijn - last but not least - authentieke persoonlijkheden met passie voor hun vak en affectie voor jonge mensen.
De school werkt aan effectief en affectief onderwijs. Effectief: er is een goed ontwikkeld kwaliteitsbewustzijn. Resultaten tellen. Docenten krijgen structureel feedback over resultaten. Statistieken op het gebied van advisering, afstroom, opstroom en doubleren vormen belangrijke managementinformatie ten behoeve van bijstelling van beleid. De beoordeling van de inspectie (in-, door- en uitstroom) is altijd onderwerp van overleg binnen de school. Enquêtes onder leerlingen maken deel uit van ontwikkelgesprekken met docenten. Er is een ruime voorziening voor leerlingen op het gebied van hulplessen, huiswerkbegeleiding en remedial teaching. De school vraagt eenmaal per twee jaar uitvoerig feedback aan ouders over tal van aspecten. De resultaten worden vertaald in beleid. De ouderraad ziet daarbij toe op de realisering van beleidsvoornemens. De school gaat zorgvuldig om met onderwijstijd, bijvoorbeeld door het inzetten van ouders als begeleiders bij excursies om de lesuitval terug te dringen, en door de inzet van klassenassistenten bij lesuitval. Affectief: de structuur van zorgverlening aan leerlingen wordt jaarlijks geëvalueerd (zorgbeleidsplan). Er is een zorgcoördinator als spin in het web van zorgverlening. In de regio is er een hecht samenwerkingsverband tussen scholen op het gebied van zorg, zodat voor iedere leerling in de regio passend onderwijs kan worden geboden. Er is een welzijncoördinator (directie-assistent) die alle aspecten op het gebied van gezondheid en veiligheid in de gaten houdt en de school steeds herinnert aan haar verantwoordelijkheid op dit gebied. Met diverse instanties werkt de school samen in het kader van veiligheid en gezondheid. De school hanteert een convenant met externe partners op het gebied van veiligheid (intensieve samenwerking met politie, welzijnsinstellingen en lokale overheden, samenwerking binnen LVO). Er is een stevig anti-pestbeleid. Er wordt scherp gereageerd op situaties waarin medewerkers zich onveilig voelen. Er wordt altijd aangifte gedaan van incidenten die het strafrecht betreffen of daar aan raken. De school neemt deel aan onderzoeken over gezondheid en veiligheid. Samen met de leerplichtambtenaar werken we hard aan het voorkomen van spijbelen en voortijdig schoolverlaten. Sinds een paar jaar werkt de school met een protocol met betrekking tot alcohol en drugs, dat is opgesteld samen met partners in de maatschappelijke omgeving. In het schooljaar 2009-2010 is gebleken dat het gebruik van alcohol door leerlingen bij enkele buitenschoolse activiteiten een onaanvaardbare vorm heeft gekregen. De school is er verlegen mee. In het komende schooljaar zal zij haar positie moeten bepalen (wat zijn onze kernwaarden?) om vervolgens nieuwe maatregelen te nemen. Er wordt structureel gewerkt aan waardeontwikkeling, op de eerste plaats door de individuele docent in de pedagogische context (“zo gaan wij (niet) met elkaar om!”). Maar ook door allerhande buitenles-activiteiten, zoals de omvangrijke kerstviering, het herdenken van overleden leerlingen en medewerkers, sponsoractiviteiten voor projecten in India en Senegal, kennismaking met Trans (stilte-centrum), corvee bij toerbeurt enzovoorts. De kerndoelen op het gebied van burgerschapsvorming en sociale integratie zijn verankerd in het curriculum.
In overeenstemming met de uitgangspunten van LVO is het personeelsbeleid gericht op “onderscheidend werkgeverschap” en op professionalisering van de medewerkers. Er is een ruime inzet van intern opgeleide coaches. De cyclus van ontwikkelgesprekken draait volop. In het kader van loopbaanontwikkeling werkt de school met het portfolio als basis voor bevordering. Voor nieuwe docenten is er een intensief en uitgebreid programma van begeleiding.
De school werkt regionaal samen met twee andere LVO-scholen (Bouwens van der Boije College en Raayland College) op het gebied van ICT, helpdesk, facilitair en personeelszaken. In nog breder verband (Venlo, Venray en Helden-Panningen) gaat de school samenwerken bij de opleiding van nieuwe docenten. Veel samenwerking is er op het niveau van hoofden van dienst. En verder in het kader van projecten: science, maatschappelijke stage en netwerken van docenten.
Onderwijskundig beleid
De school richt zich op een blijvende ontwikkeling van het primaire proces. Het is van belang dat docenten de nadruk blijven leggen op toewijding en vlijt. Voor jonge mensen is er zo veel dat hen afleidt. Het is de opdracht van de school om de leerlingen mee te nemen op een weg die leidt tot succes en voldoening. Daarvoor is aandacht en concentratie van de leerlingen nodig. De leerlingen mogen van de school verwachten dat het onderwijs eigentijds is. Het onderwijs hoeft niet per se leuk te zijn, maar wel uitdagend. De belangrijkste elementen in dit kader zijn: • een blijvende nadruk op toewijding en vlijt van de leerlingen; • het realiseren van doorlopende leerlijnen, van onderbouw tot examen; • een volledige integratie van ICT in het onderwijs; • de doorontwikkeling van de afdelingen van de beroepsgerichte vakken; • de verdere ontwikkeling van de identiteit en de daarbij horende didactiek voor de afdelingen HAVO en VWO. Voor het komende schooljaar zijn nieuwe plannen geformuleerd met betrekking tot onze kerntaak: onderwijs en vorming.
ALGEMEEN 1. Met behulp van de zogenaamde “kwaliteitsgelden” gaan we verder met de ontwikkeling van de doorlopende leerlijnen vanaf het basisonderwijs. Er wordt werk gemaakt van diagnose en behandeling van leerproblemen en achterstanden bij de jongste leerlingen op het gebied van taal en rekenen. Op basis van een diagnoseprograma (“Muiswerk”) zullen de leerlingen worden ondergebracht in hulplessen. 2. Voor de tweede keer gaan we aan het werk met de maatschappelijke stage. De vierde klassen VWO en de derde klassen VMBO-T gaan het volledige programma uitvoeren in combinatie met loopbaanleren. 3. Curriculum burgerschap. Speerpunten zijn: gezamenlijk werken aan de millenniumdoelen (www.millenniumdoelen.nl, adoptie projecten in de derde wereld) en normbesef. Dit laatste heeft alles te maken met buitensporig gebruik van alcohol door leerlingen.
VMBO 4. Het aantal leerlingen voor de beroepsgerichte vakken neemt af. Daardoor wordt het moeilijker om de bestaande drie techniekafdelingen naast elkaar in stand te houden. Er wordt gewerkt aan onderwijskundige integratie van de techniekafdelingen. Het gaat daarbij ook om het aantrekkelijker maken van techniek. Het traject heeft als werknaam: DOT = DoorOntwikkelen Techniek. Het plan van aanpak zal in oktober 2010 in de MR aan de orde komen. In dit licht zal er een andere opzet komen van PSO en in december zullen de eerste concrete uitwerkingen van het nieuwe programma Technologie & Commercie (T&C) beschikbaar zijn. Voor de leerlingen van groep 7/8 van de basisscholen komt er als aanjager een techniekmiddag. 5. Bij de afdeling Zorg & Welzijn wordt verder invulling gegeven aan integratie van de algemene vakken in het beroepsgerichte curriculum van de leerlingen. 6. Er wordt gewerkt aan rekenvaardigheid / wiskunde. Op basis van feedback van het MBO worden nieuwe modules opgenomen in het curriculum van de leerlingen in de bovenbouw. Deze aanpak past in de verbetering van de doorlopende leerlijn tussen VMBO en MBO en moet ook bijdragen aan het voorkomen van uitval in het MBO door gebrek aan schoolsucces. 7. Binnen het traject ontwikkelen om te presteren wordt de focus op studievaardigheid via studieplanners versterkt. 8. Binnen de zorg wordt verder ingestoken op een centrale plek op school waar de zorgleerlingen terecht kunnen. De doelmatigheid van het ZAT wordt verder versterkt. Deskundigheidsbevordering, procedures, verantwoordelijkheden en grenzen aan de zorg blijven nadrukkelijk in beeld. 9. De docenten van VMBO34 krijgen in 2010-2011 coaching op activerende didactiek. De coaching in VMBO12 wordt in 2010-2011 gecontinueerd met een buddysysteem waarbij in tweetallen onderlinge lesbezoeken plaatsvinden voortbordurend op de activerende didactiek 10. Het team basisberoeps VMBO12 gaat zich nog meer richten op leerlingen die speciale aandacht nodig hebben. Er zal gewerkt worden met HGPD (HandelingsGerichte ProcesDiagnostiek): wat zijn kansen en belemmeringen? 11. De ervaring met loopbaanleren (LOB) die opgedaan is bij SBC in VT4 willen we laten “indalen” in de overige leerjaren en afdelingen. Het gaat erom jongeren in staat te stellen hun aspiraties en kansen in hun leven / loopbaan te ontdekken, betekenis eraan te geven en te realiseren. We willen hier pragmatisch mee omgaan en starten in 2010-2011 met de mentoren van VT3 t.b.v. de maatschappelijke stage (MAS) en de mentoren van VMBO2 t.b.v. de sector- en programmakeuze in het 2e leerjaar.
HAVO-VWO 12. We gaan een apart programma taal en rekenen uitvoeren in de twee nieuwe brugklassen HAVO. 13. De onderwijskundige profilering van de afdeling HAVO: de HAVO-aanpak. Er is een projectplan voor de HAVO geschreven. Er zal gewerkt worden aan HAVO-didactiek, te beginnen in de nieuwe HAVO brugklas. In de tweede klas wordt een speerpunt gemaakt van vlijt en ijver. In de derde klas gaan we ons richten op “de goede les”, en gaan we kwaliteit van de advisering op een hoger plan brengen. We gaan onderzoeken of het haalbaar is om leerlingen van de bovenbouw HAVO wekelijks een aantal uren verplicht te laten studeren op school. En tenslotte zullen HAVO-leerlingen via enquête uitgebreid betrokken worden bij de vorderingen in de HAVO-aanpak. 14. Het project Poliep is een vorm van loopbaanleren voor HAVO3 en VWO3. Hierbij gaan we het kiezen van een profiel grondiger aanpakken en de kwaliteit van de keuze verbeteren. Daarnaast wordt de leerling ook in aanpak en werkvormen voorbereid op de Tweede Fase. 15. Het project Lobster. Lobster sluit enerzijds aan bij de Poliep uit leerjaar 3 en anderzijds gaan we met loopbaanleren in de Tweede Fase de doorlopende leerlijn met het HBO en WO verbeteren. We werken aan weloverwogen keuzes voor vervolgopleiding en beroep en aan het vergroten van informatievaardigheden. 16. Er komt een nieuw examenreglement, dat beter past bij de gewijzigde regelgeving. 17. Er wordt een studie gemaakt over de mogelijke invoering van een aparte VWO-klas in het brugjaar en een vervolg in het curriculum voor onze slimste leerlingen. 18. We gaan een nieuwe opzet voor internationalisering maken, die beter past bij deze tijd en de huidige generaties leerlingen.
Kwaliteitszorg
Vanuit de beleidsvisie van LVO wordt de school gestimuleerd om te ambiëren te behoren tot de beste scholen van Nederland. De school wil dat streven omarmen op basis van de eigenheid die hoort bij de context waarin wij functioneren. Wij werken niet in een sterk competitieve omgeving. Concurrentie met andere scholen is geen sterke prikkel. Voor het eerst in vele jaren gaan wij ons imago versterken voor de opvang van leerlingen van de basisberoepsgerichte leerweg onder druk van het teruglopend aantal leerlingen (zie elders). Maar in het algemeen moet onze ambitie gebaseerd zijn op de intrinsieke behoefte om voor onze leerlingen en ouders het beste uit ons zelf te halen. Die context impliceert dat onze ambitie authentiek is, maar tegelijkertijd kwetsbaar. Het is daarom van strategisch belang dat we scherp blijven in het antwoord op de vraag of we onszelf voldoende prikkelen. Een open dialoog met onze “klanten” en onze omgeving helpt. Om die reden moet horizontale verantwoording een hoge prioriteit krijgen. Een school die traditioneel meer naar binnen gericht is, moet zichzelf beleidsmatig dwingen om de omgeving naar binnen te halen. In de samenwerking met andere LVO-scholen in de regio (en soms ook daarbuiten) willen wij onszelf prikkelen om nieuwe ontwikkelingen van buiten de school te gebruiken voor de verdere verbetering van de kwaliteit van ons onderwijs.
Zoals is beschreven in het vorige hoofdstuk wordt kwaliteit gezien als een optelsom van formele indicatoren (A) en daarnaast als het effect van de bekwaamheid van medewerkers (B).
A “Kwaliteitszorg richt zich op formeel rendement (verticale verantwoording), op tevredenheid van de klant (ouders en leerlingen) en op waardering van de maatschappelijke omgeving (horizontale verantwoording).” B “Goede docenten zijn vrouwen en mannen die over voldoende vakkennis beschikken om bij de leerlingen belangstelling te wekken voor hun vak en om hen te boeien met de leerdoelen die zij stellen. Daarnaast beschikken goede docenten over voldoende tools om een goede werksfeer te scheppen, structuur te bieden en adequaat feedback te geven. En zij zijn - last but not least - authentieke persoonlijkheden met passie voor hun vak en affectie voor jonge mensen.”
A. In het schooljaar 2009-2010 is voor het eerst uitvoering gegeven aan “horizontale verantwoording”. Er is informatie gegeven aan ketenpartners en er is een informatieve bijeenkomst belegd. In het komende schooljaar zal het proces van externe verantwoording verder worden uitgebouwd in LVO-verband. Het is de bedoeling dat in de toekomst de resultaten van de school op een overzichtelijke wijze worden weergegeven in “Vensters voor Verantwoording”. De resultaten zijn dan permanent beschikbaar via het web. In het schooljaar 2009-2010 heeft de school deelgenomen aan de landelijke enquête onder leerlingen (“LAKS-monitor”). Voor het komende schooljaar staat de tweejaarlijkse enquête onder ouders weer op het programma.
B. De school heeft een set van vier competenties ontwikkeld en vastgesteld. Deze gaan over de relatie met leerlingen, aanwezige vakkennis, het didactisch instrumentarium en het tonen van ambitie. Deze competenties worden gebruikt in de begeleiding en beoordeling van starters, bij het opstellen van scholingsplannen, bij zelfevaluatie van docenten en enquêtes onder leerlingen ten behoeve van ontwikkelgesprekken (bekwaamheidsdossier) en bij de portfolioprocedure in het kader van loopbaanbeleid. Vanaf het komende schooljaar neemt de school deel aan een regionaal samenwerkingsverband op het gebied van opleiden van docenten. De school krijgt de status van samenwerkingschool voor de lerarenopleidingen. |