Geschiedenis

Geschiedenis is een breed vak, want er komen veel verschillende onderdelen aan bod en er zijn veel raakpunten met andere schoolvakken. De meeste leerlingen hebben "het verhaal van de geschiedenis" al op de basisschool gehad, maar de nadruk ligt nu veel meer op onderzoeken waarom het zo was. Om die waarom-vragen te kunnen beantwoorden heb je een aantal vaardigheden nodig. Die vaardigheden leer je bij geschiedenis.

Al deze vaardigheden zijn niet alleen voor het schoolvak geschiedenis, maar ook bij de andere vakken van belang. Ook in het dagelijkse leven als je de krant leest, als je televisie kijkt of iets opzoekt op Internet is het belangrijk dat je van deze vaardigheden gebruik maakt. Je kunt de wereld om je heen dan beter begrijpen en verklaren.

Boeken en materialen

De havo/vwo-brugklassen gebruiken de lesmethode Memo. Op het vmbo-b/kt gebruiken we in het schooljaar 2007-2008 de nieuwe methode Feniks. In het vmbo-l gaan we dit jaar met de geïntegreerde Mens & Maatschappij-methode Expeditie M&M aan de slag.

Het lesmateriaal bestaat uit een handboek aangevuld met een werkboek en, bij de methode Memo, een CD-ROM. De methode Expeditie M&M kent één hand-/werkboek. Daarnaast wordt er af en toe aanvullend materiaal uitgereikt, bijvoorbeeld vragen bij een historische film of documentaire die we bekijken. Verder heb je een aantekeningenschrift nodig. De meeste lesmethoden hebben bovendien een website.

Historische vaardigheden

Bij de geschiedenis leer je de volgende vaardigheden aan:

  • Je leert gegevens in de tijd plaatsen. Je leert tijdvakken, perioden en samenlevingstypen toepassen.
  • Je leert bronnen bestuderen. Je leert onderscheid maken tussen verschillende bronnen en daar kritisch mee om te gaan.
  • Je leert je inleven in mensen uit andere tijden en andere culturen, waardoor ook een grotere verdraagzaamheid in het heden voor andere mensen en andere culturen ontstaat (standplaatsgebondenheid).
  • Je leert vergelijkingen maken tussen dingen die veranderen en dingen die hetzelfde blijven (continuïteit).
  • Je leert om verklaringen te geven voor historische verschijnselen en gebeurtenissen.
  • Je leert dat historisch besef je helpt bij het begrijpen en verklaren van de wereld om je heen, in verleden, heden en toekomst.

Daarnaast worden de volgende algemene vaardigheden nog meer aangescherpt:

  • Je leert begrijpend lezen.
  • Je leert onderscheid maken tussen feiten en meningen.
  • Je leert onderscheid maken tussen oorzaken en gevolgen.
  • Je leert een eigen mening vormen en die met argumenten onderbouwen.

De tien tijdvakken

In de brugklas komen de volgende tijdvakken aan de orde:

  1. De tijd van jagers en boeren (prehistorie).
  2. De tijd van Grieken en Romeinen (oudheid).
  3. De tijd van monniken en ridders (vroege middeleeuwen).
  4. De tijd van steden en staten (hoge en late middeleeuwen).
  5. De tijd van ontdekkers en hervormers (renaissance en reformatie).
  6. De tijd van regenten en vorsten (gouden eeuw).

In klas twee komen de volgende tijdvakken aan de orde:

  1. De tijd van pruiken en revoluties (verlichting).
  2. De tijd van burgers en stoommachines (industriële revolutie).

In klas drie komen de volgende tijdvakken aan de orde:

  1. De tijd van wereldoorlogen (1e helft 20e eeuw).
  2. De tijd van televisie en computer (2e helft 20e eeuw).

In de tweede klas havo/vwo komt daarnaast het onderwerp 'oorlogen door de eeuwen heen' aan bod en in de derde klas komt ook het onderdeel staatsinrichting aan de orde. Bij staatsinrichting leer je hoe het bestuur, de democratie en de rechtsstaat in Nederland en de Europese Unie functioneren.

Op de bladzijde met de tien tijdvakken lees je wat je minimaal van deze tijdvakken kan vertellen als ze zijn behandeld in de les. Deze kennis van het verleden helpt je meer grip te krijgen op de actualiteit en meer begrip te krijgen voor het heden.

Canon Nederlandse geschiedenis en cultuur

De elementen van de Canon Nederlandse geschiedenis en cultuur (www.entoen.nu) worden verweven in de lessen. Op de bladzijde met de tien tijdvakken zijn alle elementen nog eens overzichtelijk bij het bijbehorende kenmerk gezet.

Toetsing

Bij het vak geschiedenis wordt zowel je kennis getoetst als het kunnen toepassen van de geleerde vaardigheden. Toetsen bestaan in het algemeen uit open vragen. Op het vmbo kan kennis ook getoetst worden in de vorm van multiple choice vragen. Kenmerkend voor geschiedenistoetsen is, dat er bijna altijd een aantal bronnen in de toets wordt gebruikt die wel over het onderwerp gaan, maar die niet in de les zijn behandeld. Bij het beantwoorden van de vragen bij de bronnen worden vooral je vaardigheden getoetst.

Ook maak je bij het vak geschiedenis tenminste één werkstuk per jaar. In dat werkstuk moet je laten zien dat je kritisch met bronnen kunt omgaan. Het werkstuk telt mee als toets.

Overig

Ga naar de pagina met historische links. (Ook met links naar historische spellen, onderaan.)
Overzicht van de methoden-sites die wij op het Dendron gebruiken.
In de bovenbouw leren jullie ook reflecteren.